fifty something

Header
steve gunn & michael chapman
Title

Steve Gunn (USA) + Michael Chapman (UK)

 

Details
20:30
Doors open
20:00
SOLD OUT!
Venue

It’s difficult not to describe Michael Chapman's long career and his vast, masterful body of work obliquely, by reeling off his musical genealogy, the astounding roll call of collaborators, comrades, and disciples with whom he’s shared stages, studios, and his sturdy songs. His emergence in 1967, alongside Wizz Jones, as a self-taught jazz freak, recovering art-school student, and part-time photography teacher on the Cornish folk circuit preceded a series of classic late 1960s and ’70s albums for Harvest, Deram, and Decca. (But whatever you do, don’t call him a folkie; he feels more kinship with the improvisatory outer orbits of jazz, blues, and the avant-garde.) 

A peer of legends like Bert Jansch, John Renbourn, and Roy Harper—but arguably more mercurial and less classifiable over the long haul than any of them—Chapman is probably the only musician in history to have played and recorded with Mick Ronson, Elton John, and Thurston Moore. (True stories: David Bowie enlisted Ronson in the Spiders from Mars as a direct result of his superb playing on Chapman’s Fully Qualified Survivor, John Peel’s favorite album of 1970. Elton John tried to recruit Michael to his band thereafter, but producer Gus Dudgeon interfered.) Following a millennial resurgence and reissue campaigns by the Light in the Attic and Tompkins Square labels, Michael’s songs have recently been covered by Lucinda Williams, Kurt Vile, Hiss Golden Messenger, Meg Baird, and William Tyler, and he has performed and toured with younger devotees including Bill Callahan, Jack Rose, Daniel Bachman, and Ryley Walker. But this litany of comrades and admirers is only one vector by which to chart the undiluted potency of Chapman’s artistry and its deep currents of influence on three generations of musicians. 

His new record 50, titled to commemorate fifty years of touring—and released four days before Michael’s seventy-sixth birthday—stands as a formidable monument of retrospection and introspection in his adventurous catalog (last we counted, approaching fifty records.) A return to the gloriously ragged kineticism of Rainmaker (1969), Fully Qualified Survivor (1970), Wrecked Again (1971), and Savage Amusement (1976), Michael’s first “American record”—an elusive goal for decades—embodies his undeniable late career masterpiece. It is his first album in years with a full band, assembled around the versatile core group of friend and producer Steve Gunn (who also contributes guitar, drums, and vocals): Nathan Bowles (drums, banjo, keys, vocals; Pelt, Black Twig Pickers); James Elkington (guitar, piano; Jeff Tweedy, Richard Thompson), and Jimy SeiTang (bass, synthesizers, vocals; Rhyton, Stygian Stride). Michael’s dear friend and fellow UK songwriting luminary Bridget St John furnished her gorgeous, shivering vocals, a dramatic counterpoint to Chapman’s road-worn gruffness. Gunn’s touring bassist and longtime engineer Jason Meagher (No-Neck Blues Band) recorded and mixed at his Black Dirt Studio in Westtown, New York. The inherently collaborative nature of 50 shows in its ambition and execution; never has Michael ceded such generous control to other musicians, and he sounds both invigorated and liberated as a result. Gunn’s and Elkington’s guitars knit with Chapman’s in easy intergenerational dialogue; sparks fly.

 

Het is moeilijk om Michael Chapmans lange carrière en zijn uitgebreide oeuvre niet onrechtstreeks te beschrijven, door de lange draad van zijn musikale genealogie af te winden en stil te staan bij de opmerkelijke rits aan medewerkers, kameraden, en discipelen met wie hij podia, opnamestudio’s en zijn robuuste songs heeft gedeeld. In 1967 dook hij voor het eerst op in het Cornische folkcircuit aan de zijde van Wizz Jones. Hierop volgde een reeks klassieke albums voor Harvest, Deram en Decca. (Maar wat u ook doet, noem hem vooral geen folkie; hij voelt zich eerder verwant met de buitenste ringen van jazz, blues en avant-garde.)

Chapman staat op gelijke hoogte met legendes als Bert Jansch, John Renboum en Roy Harper, maar zijn parcours is grilliger en hij valt minder gemakkelijk ergens onder te brengen – hij is waarschijnlijk de enige muzikant in de geschiedenis die gespeeld heeft met zowel Mick Ronson, Elton John en Thurston Moore. Michaels songs zijn gecoverd door Lucinda Williams, Kurt Vile, Hiss Golden Messenger, Meg Baird en William Tyler, en hij heeft opgetreden en getourd met jongere aanhangers, onder wie Bill Callahan, Jack Rose, Daniel Bachman en Ryley Walker. Maar deze lijst van kameraden en bewonderaars is slechts één manier om te peilen naar Chapmans kracht als kunstenaar en naar de invloed die hij op drie generaties muzikanten heeft uitgeoefend.

Op zijn nieuwste plaat, 50 getiteld om vijftig jaar touren te herdenken, laat hij zich voor het eerst in jaren omringen door een volledige band, met Steve Gunn (die naast de productie gitaar, drums en stem voor zijn rekening neemt), Nathan Bowles, James Elkington en Jimy Sei Tang. De Engelse songwriter Bridget St John doet enkele heldere vocale bijdragen als tegengewicht voor Chapmans hese ruwheid. De plaat werd opgenomen en gemixt dor Gunns tourbassist en geluidsman Jason Meagher (No-Neck Blues Band) in diens Black Dirt Studio in Westtown, New York.   

 

People have written about roads for as long as they’ve been around. And before there were roads, they still wrote about travel and about landscape. Landscape is the stage upon which our greatest experiences and desires play out. Steve Gunn’s music has always embraced expanse and movement. It springs from the simple and profound relationship between humans and their environment. Eyes On The Lines is his most explicit ode to the blissful uncertainty of adventure yet.

Gunn’s roots in the underground run deep, from his days in GHQ to his collaborations with Black Twig Pickers and Mike Cooper. He’s toured and recorded with Michael Chapman, and released two remarkable duo albums with drummer John Truscinski. His solo ventures, emerging over the past decade and culminating most recently the highly-acclaimed Way Out Weather, have been pastoral, evocative affairs. Here he embraces his urban surroundings through a series of songs that fully showcase his extraordinary ability to match hooks to deftly constructed melodies. Gunn is a consummate guitarist, that rare fingerpicker who can harness the enigma of the American Primitive vernacular without lazily regurgitating it. His playing is inventive and full of personality. His instrumental virtuosity calls upon a vast library of technical skills at will, but he’s never showy — his riffs and runs are always in the service of the song at hand.

 

Sinds er wegen bestaan, schrijven mensen erover. En voordat er wegen bestonden, schreven ze over reizen en over het landschap. In het landschap spelen zich onze grootste verlangens en ervaringen af. De muziek van Steve Gunn heeft altijd expansie en beweging omarmd. Ze komt voor uit de eenvoudige en diepe relatie tussen mensen en hun omgeving. Eyes on the Lines is tot nog toe zijn meest expliciete ode aan de gelukzalige onzekerheid van het avontuur.

Gunn is stevig verankerd in de underground, van zijn dagen bij GHQ tot zijn samenwerkingen met Black Twig Pickers en Mike Cooper. Hij heeft getourd en opgenomen met Michael Chapman, en bracht twee opmerkelijke duo-albums uit met drummer Joe Truscinski. De pastorale, evocatieve solo-ondernemingen van de laatste tien jaar culmineerden in het veelgeprezen Way Out Weather. Hier geeft hij in een stem aan zijn stedelijke omgeving, in een reeks ingenieus in elkaar gezette melodieën met weerhaken. Gunn is een vaardig gitarist, het soort zeldzame fingerpicker dat het raadsel van de Amerikaanse volksmuziek kan bestendigen zonder in een imitatie te vervallen. Zijn spel is inventief en vol persoonlijkheid.

doors 20.

Michael Chapman 20:30 (sharp) ,

Steve Gunn: 21:45