Blog

  • Christophe Guerard
  • Christophe Guerard
  • Christophe Guerard
  • Christophe Guerard
  • Christophe Guerard
  • Eric & Köhn

Friday 19th September the new album by Ignatz & de Stervende Honden called Deadbeat Freedom on Ultra Eczema will be presented at De Nor - Antwerpen. The album was recorded at les ateliers claus and mixed and mastered by Christophe Albertijn. 

Ignatz: Het internet heeft van iedereen een potentiële grootstadsmuzikant gemaakt

In een babbel met Ignatz gaat het over Aretha Franklin, Johnny Cash, Frank Zappa, Dead Moon, het kapsel van de bassist van Caspar Brötzmann, Booker T and The MGs, cocaïne, de braderie van Landen,  de broers Dardenne, Shabaka Hutchings en JJ Cale, En ook wel een beetje over de nieuwe plaat met De Stervende Honden.   

Dit is de tweede LP met De Stervende Honden. Vergelijk hem eens met de eerste. 
 
De structuur van de nummers is meer open, maar er wordt hechter gespeeld. De opnamen zijn iets droger. De zang is nog altijd onverstaanbaar. Iedereen kan een beetje beter spelen. Er zijn evenveel nummers. Mijn gitaar is anders gestemd.
 
Het beste nummer op de eerste LP vond ik het langste. Vind je dat met een band spelen sowieso meer uitnodigt om langere nummers te maken? 
 
Voor deze opnamen hadden we een mix van lange nummers en korte nummers met een meer vaste structuur, maar vooral de lange nummers hebben de plaat gehaald. Reden is de semi-geïmproviseerde aard van de nummers. Dan neem ik graag mijn tijd.
 
Voor die eerste LP uitkwam, stond dat lange nummer ook al op een limited edition tour cd-r. Betekent dit dat jullie eerst nummers live spelen en ze dan pas opnemen? 
 
Dat gebeurt, maar niet altijd. Sommige nummers nemen we enkel op, en spelen we nooit live, sommigen eerst opnemen en dan live. Nu, we nemen niet zoveel op, en repeteren ook niet erg veel, en korte, strak gecomponeerde nummers vergen meer repetities voordat ze terug spontaan klinken. Lange half geïmproviseerde nummers klinken vanzelf spontaner en dat is belangrijk vind ik, dat muziek spontaan klinkt. Althans de muziek die ik speel.
 
Klopt het dat, alhoewel Ignatz en de Stervende Honden een band is, dat jij vooral de nummers schrijft en deze dan voorlegt aan de twee anderen? 
 
Ja dat klopt. Ik ga wel niet zeggen wat ze moeten spelen, Of "Hey Tommy, speel dan deze basllijn", of zo. Dat vullen ze zelf in. Soms zijn de nummers extreem open en ligt niks echt vast vast. Door nummers vaker te spelen klikken ze als het ware in elkaar en krijgen ze meer structuur. Dat doen we samen, en ontstaat organisch.

Hoe zou je de speelstijl van Erik en Tommy omschrijven? 
 
Verschilt van nummer tot nummer, hun rol. Ze volgen of ze leiden, soms moeten ze spelen als een veredelde metronoom, andere keren een korte echo van hetgeen ik doe. Ze dringen zich niet op en spelen erg beschaafd en beleefd. Doorheen de jaren hangt het allemaal wat dichter bij elkaar, wat hechter. Ofwel ben ik voorspelbaarder geworden in mijn spelen, dat kan ook natuurlijk. Makkelijker te volgen.

Is Les Rallizes Dénudés nog steeds de voornaamste referentie voor De Stervende Honden? 
 
Een belangrijke referentie vooral voor de gitaarsolo’s vermoed ik. Maar er zijn zoveel meer referenties. Het is aan de luisteraar om ze allemaal te ontdekken.

Als ik niet mis ben zat Clay Ruby in de eerste versie van De Stervende Honden.  
 
Met Clay Ruby toen was een ingave op het moment zelf. We deden in 2008 een korte tour met Sylvester Anfang, door Nederland en België.

Wat vond je van Erik bij Mad Nanna?  

Heel goed. Was dat in Netwerk of het Bos? 

Zaal Belgie, denk ik. Heeft Erik nog met Jandek gespeeld?  

Met Jandek heeft Erik nooit gespeeld, Dat is één van de 7 muzikanten waar Erik nooit mee gespeeld heeft, bij mijn weten.

Klopt het dat het eigenlijk Steve Marreyt zijn idee was dat jij een band zou oprichten?  
 
Ja, die idee kwam van Steve. Hij organiseerde een festival in 2013 van de atonale Vlamingen of zoiets, in Antwerpen toentertijd. Jij was de Jools Holland van dienst die de boel aan elkaar praatte, maar dan zonder de boogie woogie piano intermezzo’s. Hij vroeg om te spelen met een backing  band, zoals ik een aantal jaar daarvoor gedaan had in Luik, toen was dat samen met Clay Ruby op drum en Tommy op bas. Kwestie van iets anders te doen dan altijd maar solo. Steve stelde Erik voor op drums en Tommy op bas.

Ik kondigde jullie die avond aan als een boogie band. Terecht? 
 
Volgens de puur muzikale definitie niet, eerder shuffle of swing… Ik weet eigenlijk niet wat de exacte muzikale definitie van boogie is.

"Boogie is a repetitive, swung note or shuffle rhythm, groove or pattern used in blues which originally played on the piano in booogie-woogie music" is een goede definitie.
 
Dus toch boogie dan?

De naam 'De Stervende Honden' kwam van Niels Latomme, niet? 

Ja, de naam is bedacht door Niels. De plaat op Fonal was net uit, en op die hoes staat een foto van de oude familiehond Tjabbo, die gestorven is. Vandaar de naam vermoed ik, tenzij Niels vond dat Tommy en Erik klonken en eruit zagen als stervende honden, dat kan ook. Nog geluk gehad, want op bepaald moment was het bijna Ignatz en de vodka’s…

Waarom nemen jullie op met Christophe Albertijn in Les Atelier Claus, en bijvoorbeeld niet gewoon thuis?
  
Het klinkt veel beter als we daar opnemen. Zeker een drum is moeilijk op te nemen op een manier dat dat goed klinkt. Christophe weet ook heel goed wat hij doet en hij begrijpt wat wij doen, dat helpt.

Tijdens repetities nemen we soms met een zoom recorder op, er zijn bepaalde versies van de nummers die echt goed zijn zo, maar dat klinkt dan toch veel minder goed als in de studio. Op zich is dat wel uit te brengen misschien, maar dan als cassette of zo.
 
Jullie lijken mij niet echt het soort band die elke zondagnamiddag afspreekt om te repeteren.  
 
Ja, dat klopt. Drukke agenda’s maken dat onmogelijk. Op zich zou ik graag eens meer tijd nemen om te repeteren en op te nemen en een lange tour te doen, maar dat is momenteel niet mogelijk, voor niemand. Veel aanvragen moeten we daarom weigeren, dat is spijtig.
Op een bepaald moment beseften we dat we een jaar niet samen gespeeld hadden. Momenteel beperkt zich dat tot een paar keer per jaar. Als ik naar iedereen zijn planning kijk, denk ik dat dat voor de komende tijd ook zo zal zijn. Moest ik met een stapel eurobiljetten kunnen zwaaien bij elk optreden en repetitie is het natuurlijk een andere zaak.
 
Een paar weken geleden stond er in Humo een interview met de weduwe van JJ Cale, misschien heb je dat zelf ook gelezen. 

Ja. 

Hierin zei zijn vrouw dat JJ Cale het imago had van lui en nonchalant te zijn, gitaar spelen op de veranda met de voeten hoog. Maar dat hij eigenlijk heel goed wist wat hij met zijn muziek wou vatten, en werkte hij hier hard aan, was ook zeer kritisch met zijn output. Bij jou heb ik ook die indruk: het komt allemaal heel nonchalant en los uit de pols en je m’en fous over, maar eigenlijk weet je heel goed wat je wil en ben je streng voor jezelf. 
 
Dat is de reden waarom er 4 jaar ligt tussen deze plaat en de vorige. We hadden opnames klaar, maar ik dacht: net niet genoeg goed materiaal voor een hele plaat. Maar zo blijkt achteraf, wanneer je er jaren later nog eens naar luistert, dat je wat streng was voor jezelf. Soms denk je: ik wil dat, en luister je niet meer wat je hebt, waardoor je dingen niet uitbrengt die op zich wel goed zijn, maar niet hetgeen is dat je op dat moment wilt uitbrengen.
 
In datzelfde interview zei zijn vrouw ook dat JJ Cale regelmatig een whammy pedaal gebruikte, dat doe ik ook! Mottige pedaal buiten een paar settings.
 
Ik vroeg jou een paar maand geleden om mee te gaan naar Shabaka Hutchings, maar ik zei erbij dat het wel eens erg slecht zou kunnen zijn. Je zei me dat een concert niet goed hoeft te zijn voor jou. Wat zijn voor jou de redenen om naar muziek te luisteren, als het niet goed hoeft te zijn? 
 
Goed is niet hetzelfde als interessant. Heel slechte muziek kan toch interessant zijn. Heel saaie muziek kan toch heel goed zijn. Veel van wat je goed en slecht vindt, is onder sociale druk, hoe je het ook draait of keert. Muziek is een sociale kunstvorm. Of ik draag die kleren of dat uniform dus dit ben ik, hetzelfde met muziek.
 
Ik zag ooit een Aretha Franklin Tribute Band op een ferry naar Finland en dat waren niet de beste versies van die nummers. Toch, ik zat vast op de boot en kon niet weg, vond ik dat heel entertainend om naar te kijken. Tijdens “I Knew You Were Waiting (For Me)” kwam een zatte man in het publiek vast te zitten in zijn eigen t-shirt. Hij werd toen afgevoerd door 2 gespierde stewards. De band speelde gewoon door.
 
Op de braderie in Landen was een duo met een midi-keyboard en een basgitaar Johnny Cash aan het coveren. De sfeer was ergens tussen een film van de gebroeders Dardenne en een film van Wes Anderson.
 
Ik doe binnenkort een autorit van Landen naar Wenen. Een tip voor muziek voor in de auto?  

'Green Onions' van Booker T and the MGs. Ooit zowat 4000 km met enkel die cd op repeat gedaan. 

Nog één. 

Van Tommy: een podcast over country: 'Cocaine & Rhinestones'. Absolute aanrader, verhalen uit de rijke geschiedenis van de countrymuziek in een breder maatschappelijk kader.

Het eerste concert dat we samen zagen was Caspar Brötzmann op Rock Herk, al kenden we elkaar toen nog niet. Beste concert ooit, zei je hiervan. 
 
Dat herinner ik me niet meer. Ik denk dat het Dead Moon was die speelden voor Casper Brötzmann. Op mijn 15jarige zelf heeft dat toen inderdaad diepe indruk gemaakt. Het beste aan Casper Brötzmann was toen het absoluut belachelijke kapsel van de bassist. 15 jaar later zag ik hem opnieuw spelen, exact dezelfde set leek het wel, verbazingwekkend.

'I Don't Wanna' van Henry Flynt & The Insurrections noemde je de beste plaat aller tijden. 
 
Ik heb geen favoriete plaat of favoriet concert. Al zal ik wel na een optreden zeggen dat dat het beste is dat ik ooit gezien heb, daarom is dat nog niet zo. 
 
David Keenan noemde jou de beste gitarist van het Europese vasteland. Zie je jezelf ooit een plaat maken zonder zang, met enkel gitaar? 
 
Dat kan. Vooropgestelde concepten en plannen voor een plaat blijken bij mij altijd tot niets te leiden. Beter te vertrekken van wat er komt dan op voorhand plannen te maken. Zo kan het zijn dat ik opeens een plaat maak zonder zang. Maar niet als ik dat van te voren plan.
 
Bridget St. John zei dat ze zich stoorde aan wat ze noemt 'onzelfzekere grootstadsmuzikanten': mensen die uit onzekerheid altijd met iets nieuw afkomen, omdat ze schrik hebben dat mensen hen anders niet meer interessant gaan vinden. 
 
Veel grootstadsmuzikanten lijken erg veel zelfvertrouwen te hebben. Beetje kort door de bocht, ik weet niet of dat onderscheid zo te maken valt: mensen uit de stad veranderen van stijl, plattelandsmensen spelen hetzelfde over en over. Ik weet ook niet of wanneer je van stijl verandert dat met gebrek of net teveel aan zelfvertrouwen te maken heeft.
 
Je hebt de virtuoos, de muzikant die technisch alles kan spelen, vervolgens niet meer kan kiezen en alle genres door elkaar gaat spelen, bijvoorbeeld Frank Zappa, maar jongens, wat een kutmuziek levert dat op.
 
Muziek als een lange conversatie, waar je bijvoorbeeld een nummer van 150 jaar oud gaat herinterpreteren en zo antwoordt op al diegenen die je voorgegaan zijn en toch binnen de traditie blijft. Een trage, bewuste conversatie. Misschien dat in de stad de conversatie sneller en door meer mensen gevoerd wordt? Waardoor de grootstadmuzikant vraag en antwoord aan zijn peers levert? Een soort getetter en geroezemoes. Klinkt meer aan de oppervlakte en in plaats van een 150 jaar oud nummer interpreteren een remix maken van een nummer dat 2 dagen geleden gemaakt is.

Het internet heeft ook van iedereen een potentiële grootstadsmuzikant gemaakt.
  
Mijn lievelingsnummers van jou zijn: 'Rebound From The Cliff', 'The Water', 'A Good Night Sleep', dat Lou Reed-achtig nummer op die compilatie-LP, het langste nummer op 'Teenage Boys', dat nummer dat Benjamin Verdonck gebruikt in zijn nieuwe trailer, dat nummer met die Bo Diddley-beat op die Fonal-plaat,... maar wat zijn de nummers die jij het liefste speelt?
 
'A Good Night Sleep' vind ik leuk om te spelen. Ik vergeet de titels van sommige nummers en er zijn er zeer veel die ik niet meer kan spelen. Nummers komen en gaan in mijn setlist.

Joeri Bruyninckx

Pop has long been history. And for some years Düsseldorf was a central meeting place for labourers in the electronic lab. In Electri_City, the musician and scene connoisseur Rüdiger Esch has gathered together voices from past and present and combined them in a panopticum of the pioneer years.

It is a late, almost sublime triumph. At the start of 2015, before the general refurbishment of the New National Gallery in Berlin, Kraftwerk performed a concert cycle that, on each of eight sold-out evenings, placed one of their albums from Autobahn to Tour De France centre stage in an elaborate 3-D installation. The forefathers of German electronic music in the incunabulum of modernist architecture by Mies van der Rohe. “If this is a visionary, utopian idea of a building, Kraftwerk stands for a visionary, utopian idea of music”, says the Director of the New National Gallery Udo Kittelmann, describing this close dance of cultures. Robots in the transparent palace of glass. Computerliebe under the girded steel roof. Rarely has Pop seemed so sublime as here.

THE DÜSSELDORF PRIMORDIAL SOUP

Kraftwerk thus returned to its origins. Even before its official founding, the group moved in the tension field of the Düsseldorf Art Academy, which back then overlapped with glam rockers and fashion designers in the avant-garde club “Creamcheese”. It was here that, in December 1968, Joseph Beuys and his assistants chained themselves for hours to a beer table, surrounded by psychedelic noise and experimental films. There was hardly an evening without a performance. A primordial soup compounded of the vapours of dark beer and concepts, which after 1970 also produced a singular school of sound. Bands such as Kluster (later Cluster) and Neu! sought their own musical paths and wanted to depart from that of the Anglo-American models. “These were the days of kraut rock, cosmic music, prog rock and the pioneers of electronic”, the introduction to the book Electri_City – Elektronische Musik aus Düsseldorf (i.e. Electri_City – Electronic Music from Düsseldorf) tells us. In writing it, its author, the musician Rüdiger Esch, conducted dozens of interviews with the leading figures of the scene and has assembled from these original soundtracks a polyphonic chronicle.

The first generation wanted to be “progressive”. Free of ideology and thought control. It looked to advertising and industrial design, oriented itself to the newly emerging synthesizer technology. “This was a transitional period: the electronic alienation of acoustic instruments. It was then developed further so that at some point the instruments were omitted and there was pure electronic music”, says the bassist Eckhard Kranemann, recalling the beginnings of Kraftwerk. These sound experiments did not yet have a song structure and the major record companies responded to them with reserve. Thus many memories in Electri_City revolve round the producer Conny Plank, who sat behind the mixer console for the first records by Kraftwerk, Neu! and La Düsseldorf and who died in 1987. He gave Düsseldorf electronic music the necessary degree of timing and rhythm, and thanks to his contacts to the major labels was also an important catalyst. Even a decade later, the Düsseldorf electro-punks trusted in his “machine park sounds”.

read MORE

Renowned photographer Stephen Shore’s latest book gives an intimate glimpse into Andy Warhol’s world and the outrageous demimonde of the 60s art scene

CHECK it HERE

seen by Laurent Orseau 

  • Arnold Dreyblatt & The Orchestra of Excited Strings
  • Arnold Dreyblatt & The Orchestra of Excited Strings
  • Arnold Dreyblatt & The Orchestra of Excited Strings

seen by Laurent Orseau

  • Liz Harris & Roy Montgomery
  • Liz Harris & Roy Montgomery
  • Liz Harris & Roy Montgomery

 Arnold Dreyblatt & The Orchestra of Excited Strings recording during their residency at les ateliers claus

  •  Arnold Dreyblatt & The Orchestra of Excited Strings
  •  Arnold Dreyblatt & The Orchestra of Excited Strings
  •  Arnold Dreyblatt & The Orchestra of Excited Strings
  •  Arnold Dreyblatt & The Orchestra of Excited Strings
  •  Arnold Dreyblatt & The Orchestra of Excited Strings
  • lightning bolt

Christophe Clébard his album Honte is available via our bandcamp page

Liz Harris & Roy Montgomery residency at les ateliers claus this week

  • Liz Harris & Roy Montgomery
  • Liz Harris & Roy Montgomery
  • Liz Harris & Roy Montgomery

The Meakusma Program is online

  • meakusma